Ingrijpende verbouwing is geen nieuwbouw

Printvriendelijke versie

Het is vaak een punt van discussie tussen de Belastingdienst en belastingplichtige: wanneer leidt een ingrijpende verbouwing tot nieuwbouw? De fiscale belangen zijn namelijk vaak groot; het kan van invloed zijn op bijvoorbeeld de overdrachtsbelasting of omzetbelasting, herziening van btw, integratieheffing, enzovoort.

Recent is door het Hof Amsterdam in de volgende casus beslist dat de verbouwingen niet hebben geleid tot nieuwbouw in de zin van de btw: op de begane grond van een appartementencomplex bevond zich een supermarkt met daarboven woningen. Van het winkelgedeelte bleef vrijwel niets over; alleen de vloer en fundering zijn voor een deel gehandhaafd voor zover zij deel uitmaken van de stabiliteitsconstructie van het gebouw. In de kale ruimte wordt een nieuwe winkelruimte (kledingzaak) gecreëerd, met een ingang op een andere plek, nieuwe gevel en nieuwe binnenmuren. De winkelruimte wordt na de verbouwing verkocht en geleverd aan X bv.

Voor het Hof speelde onder andere de vraag of je voor het bepalen of er sprake is van nieuwbouw alleen moet kijken naar de geleverde winkelruimte.
X bv vond dat er sprake was van een geheel nieuwe winkelruimte. De inspecteur was van mening dat het appartementencomplex in zijn geheel in aanmerking moet worden genomen. Het Hof volgt hierin de inspecteur. De winkelruimte vormt door de bouwkundige constructie een geïntegreerd deel van het gebouw. Om te bepalen of er sprake is van nieuwbouw moet het gebouw in zijn geheel in aanmerking worden genomen.

In deze casus oordeelde het Hof dat de functie van het gebouw niet was gewijzigd en de aanpassingen niet van zodanige aard waren dat daardoor een gebouw is ontstaan dat tevoren niet bestond. Dit arrest is in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad; er wordt een strakkere invulling gegeven aan het begrip ‘vervaardigen’.

Wilt u meer weten over de complexe materie van het wel of niet verschuldigd zijn van omzetbelasting en/of overdrachtsbelasting? Maak dan een afspraak, wij zij u graag van dienst!

Bron: Gerechtshof Amsterdam 15 maart 2012, LJN BV9873