Pand niet geleverd, wel makelaarscourtage verschuldigd

Printvriendelijke versie

Het verkopen van panden gebeurt dikwijls door bemiddeling van een daartoe ingeschakelde makelaar. Het is niet ongebruikelijk dat hiervoor een overeenkomst wordt gesloten tussen de eigenaar van het pand en de makelaar. Vaak maken algemene voorwaarden onderdeel uit van de overeenkomst. Zo weten opdrachtgever en makelaar exact waar ze aan toe zijn.

Toch kunnen er zich vervelende situaties voordoen die wel zijn geregeld in de overeenkomst, maar waarvan de verkoper van het pand zich niet bewust is. In het normale geval wordt de courtage aan de makelaar voldaan bij het tekenen van de notariële akte van eigendomsoverdracht bij de notaris. De makelaar heeft immers zijn opdracht uitgevoerd, waarvoor de makelaar een tussen opdrachtgever en de makelaar overeengekomen courtage in rekening brengt. Maar hoe dient er gehandeld te worden als de koopovereenkomst wel tot stand is gekomen, maar de koper vóór het tekenen van de notariële akte van eigendomsoverdracht failliet is verklaard en de levering dus niet doorgaat?

Van belang is de vraag wanneer de opdracht door de makelaar is vervuld en hij dus recht heeft op de courtage. De Rechtbank Amsterdam oordeelde in een dergelijk geval dat de algemene voorwaarden duidelijke taal spreken en niet onredelijk bezwarend zijn voor de opdrachtgever. De opdracht is vervuld zodra de beoogde koopovereenkomst onvoorwaardelijk tot stand is gekomen, op welk moment ook de courtage door de opdrachtgever is verschuldigd. Onvoorwaardelijk betekent dat de koopovereenkomst niet meer door de koper kan worden ontbonden bijvoorbeeld wegens het niet tijdig verkrijgen van de vereiste financiering voor de aankoop. De verschuldigdheid van de courtage is dus niet afhankelijk van de uiteindelijke levering van het pand bij notariële akte.

Overweegt u uw pand te verkopen en wilt u weten welke rechten en plichten de overeenkomst tot opdracht aan de makelaar inhouden? Neem dan gerust contact op met ons kantoor. Wij zijn u graag van dienst.

Bron: Rechtbank Amsterdam, 27 juni 2012 LJN BX4948