Gebruik echtelijke woning na echtscheiding

Printvriendelijke versie

Het voortgezet gebruik na echtscheiding van de voormalige echtelijke woning (en de daarbij behorende inboedelgoederen) zorgt vaak voor de nodige problemen. In de echtscheidingsbeschikking kan door de rechter worden bepaald dat één van de echtgenoten het voortgezet gebruik heeft van de woning, ook als de woning in eigendom toebehoort aan de andere echtgenoot.

De periode van voortgezet gebruik is in de wet geregeld en kan maximaal 6 maanden duren na ontbinding van het huwelijk. Deze periode kan in onderling overleg tussen de echtgenoten worden verlengd, maar berust dan niet meer op een wettelijke regeling. Ook kan de rechter op verzoek van partijen de duur van het gebruik verlengen.

Een belangrijke rol speelt hierbij dat voor dit gebruik een redelijke vergoeding wordt betaald. Vaak komen de hypotheeklasten voor rekening van de andere echtgenoot (tot dat de woning is verkocht) en kan de vergoeding voor het gebruik worden gezien als een tegemoetkoming in de rentelasten uit de hypotheek.

Hoewel voor het gebruik een vergoeding wordt betaald, betekent dit nog niet dat er sprake is van een huurovereenkomst. Ook bij verlenging van de periode van 6 maanden is het niet aannemelijk dat er sprake is van een huurovereenkomst, tenzij partijen in de verlengingsovereenkomst uitdrukkelijk de wil hebben uitgesproken dat de verlengde periode moet worden beschouwd als een huurovereenkomst.

Wilt u meer weten over het opstellen van een verlengingsovereenkomst? Neem contact op voor een vrijblijvende afspraak. Wij informeren u graag over de mogelijkheden.

Bron: A. Heida, EB 4/2010