Onderhoudsplicht samenwonende partner voor stiefkind mogelijk

Printvriendelijke versie

De toenemende complexiteit van relaties en gezinssituaties beïnvloedt ook de alimentatieverhoudingen ten opzichte van minderjarige kinderen. Die complexiteit wordt nog vergroot door de vaststelling waar de kinderen hun hoofdverblijf hebben. Reden voor veel vaders en moeders en hun nieuwe partners om de hulp van de rechter in te roepen, omdat zij er zelf niet meer uitkomen.

Volgens het Europese recht mag geen onderscheid worden gemaakt tussen een formele stiefouder en een nieuwe partner die samenleeft met de verzorgende ouder. De nieuwe partner van de verzorgende ouder fungeert dan eigenlijk als stiefouder. Omdat de Europese regels voor gelijke behandeling boven de nationale wetgeving gaan, kan dit leiden tot een doorbreking van de Nederlandse wet die voorziet in een met de verzorgende ouder getrouwde stiefouder.

Hoofdverblijfplaats
Eerst is van belang waar de hoofdverblijfplaats van de kinderen is. Soms hebben kinderen hun hoofdverblijf niet gezamenlijk bij één van de ouders, maar een deel van de kinderen bij de moeder en de overige kinderen bij de vader. Financiële en fiscale motieven spelen daarbij vaak een rol. Echter, juridisch gezien kan een fiscale constructie niet de basis vormen voor het bepalen van de hoofdverblijfplaats. Als er geen bijzondere redenen zijn om de kinderen niet gezamenlijk te laten opgroeien en de hoofdverblijfplaats van een van hen bij de andere ouder kiezen, dan vindt de rechter doorgaans een gezamenlijke hoofdverblijfplaats bij de ene of bij de andere ouder het meest in het belang van de kinderen.

Kinderalimentatie
De vraag is nu of de partner met wie de verzorgende ouder samenwoont, moet bijdragen in de kosten van de minderjarigen. Dat geldt zeker in situaties waarin de kinderen binnen die nieuwe gezinssituatie in hoge mate profiteren van de welstand van die partner. Dat geldt volgens de jurisprudentie ook als de nieuwe partners niet zijn getrouwd, maar samenwonen. De nieuwe partner heeft geen wettelijke onderhoudsplicht, maar die kan wel ontstaan als er tussen hem en de minderjarige kinderen ‘family life’ ontstaat. Dat brengt dan ook financiële verplichtingen mee, zoals aanspraak op onderhoud.
Bij co-ouderschap van de vader en de moeder – waarbij de kinderen beurtelings bij vader en moeder wonen – is er geen sprake van 'family life' met de nieuwe partner van de moeder. Naarmate de samenleving tussen de moeder en haar nieuwe partner langer duurt en meer op een gezinsleven gaat lijken, kan de onderhoudsplicht voor de nieuwe partner toch weer tevoorschijn komen.

Wilt u meer weten over de regels en keuzemogelijkheden bij en na echtscheiding? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat Personen- en familierecht nieuws 2014/212, GHDHA:2014:943