Verlies aanspraken bij afwijken van afspraken in huwelijkse voorwaarden

Printvriendelijke versie

Sommige huwelijkse voorwaarden bevatten een bepaling dat echtgenoten de huizen die zij na hun huwelijk kopen om in te wonen samen bezitten, tenzij anders is overeengekomen. Die bepaling wordt bijvoorbeeld opgenomen als zij direct na hun huwelijk in het huis gaan wonen dat op dat moment van één van hen is. Als de andere partner vervolgens de latere huizen waarin zij gaan wonen koopt en ook de hypotheekleningen daarop aangaat, ligt het schrappen van een dergelijke bepaling voor de hand. In veel gevallen gebeurt dat ook. Wat nu als deze partners gaan scheiden?

De vraag is of er in een dergelijke situatie toch sprake is van pseudo-eigendom voor de partner van wie het eerste huis was. Een andere vraag is of in die situatie de aanspraken van de partner met het eerste huis nog moeten worden verrekend.
Voor de rechter gelden de feiten. Die zijn dat de laatste woningen alleen op naam van de andere partner staan, terwijl in de huwelijkse voorwaarden stond dat partijen bij aan te kopen volgende woningen samen eigenaar zouden worden. Datzelfde geldt voor de hypotheekleningen. Als de echtgenoot met het eerste huis in al die gevallen toestemming heeft verleend voor de verkoop van die huizen en voor het aangaan van de hypotheekleningen, dan is er sprake van onderling overeenstemmend gedrag. Dat gaat nog meer op als partijen daarbij ook overeenkomen dat de partner die de toestemming verleent, niet aansprakelijk wordt in verband met de financiering met de hypotheeklening. Daarmee zijn beide partners dan bewust afgeweken van het uitgangspunt van de oorspronkelijke huwelijkse voorwaarden.
Uit die handelwijze blijkt dat beide partners samen de bedoeling hadden om af te wijken van de afspraken over gezamenlijke eigendom in de huwelijkse voorwaarden en daarmee hebben ingestemd.

Wilt u meer weten over het aangaan van huwelijkse voorwaarden en het opnemen van specifieke afspraken daarin? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Notamail 2014/240, GHDHA:2014:1346