Bij verzuim volstorting van aandelen zijn oprichter en bestuurder BV aansprakelijk

Printvriendelijke versie

Nog niet zo lang geleden was het een verplichting om bij de oprichting van een BV te zorgen voor een kapitaal in die BV van minimaal € 18.000. In oktober 2012 is die eis vervallen. Echter, nog steeds spelen geschillen vanuit de periode vóór oktober 2012. Zo ook in geval van een oprichter/bestuurder van een BV die voorafgaand aan de oprichting € 18.000 stortte op de al bestaande rekening van de BV in oprichting, wat leidde tot de benodigde bankverklaring, belangrijk om de oprichting mogelijk te maken. Daags voor de oprichting, was het geld er al weer nagenoeg volledig afgehaald. De ondernemer merkt nu dat die handelwijze niet slim was.

De betreffende BV was opgericht met het oog op de huur en latere koop van bedrijfsruimte. Na oprichting van de BV werd dat werkelijkheid, maar betaling van de huursom bleef op een bepaald moment achterwege en ook van de contractueel overeengekomen koop kwam niets terecht.. De bestuurder van de onderneming zorgde er ook voor dat hij via een statutenwijziging de naam en zetel van de BV veranderde. Vervolgens ging de BV failliet en zegde de curator de huur onmiddellijk op. Had de verhuurder nog wel rechten op betaling van de achterstallige huurpenningen? Uiteraard vorderde de verhuurder betaling van de achterstallige huur en nakoming van de koopovereenkomst.
Ondanks het gedoe met naam en zetel van de oorspronkelijke BV stelde de verhuurder zich op het standpunt dat de oprichter/bestuurder aansprakelijk is voor de problemen.

De rechtbank windt er geen doekjes om. Er is niet voldaan aan de volstortingsverplichting omdat de terugboeking door de oprichter niet gebaseerd was op enige factuur of vordering. Het bedrag stond niet ter beschikking van de BV. Dat gebrek is ook niet gerepareerd na oprichting. Het enige doel van de storting was het verkrijgen van een bankverklaring. Daarmee is de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor de door gesloten huurovereenkomst en koopovereenkomst.
Omdat vanuit het faillissement geen uitkering van achterstallige huurpenningen valt te verwachten, is er sprake van niet-nakoming van de huurovereenkomst. Ook is de contractuele verplichting tot afname van het pand na afloop van de huurovereenkomst niet nagekomen. De hoofdelijke aansprakelijkheid betekent dat de bestuurder in privé voor de ontstane schade moet opdraaien, zowel voor de achterstallige huurpenningen als voor het niet afnemen van het pand (de contractuele boete).

Wilt u meer weten over uw verplichtingen bij oprichting van een BV en de mogelijkheden om daarin onroerend goed te betrekken? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat Onderneming & Recht, nieuws 2015/492; ECLI:NL:RBOVE:2015:3364