Geen retentierecht op perceel grond

Printvriendelijke versie

Een bouwmaatschappij die in opdracht van een particulier of een onderneming een pand bouwt, loopt het risico dat na gereedkomen van de bouw de (nog) openstaande facturen niet worden betaald. Om de bouwer hiertegen te beschermen is in het Burgerlijk Wetboek het retentierecht opgenomen. Dit geeft de bouwer de bevoegdheid de afgifte van de zaak op te schorten tot dat de opdrachtgever aan al zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Een bekend voorbeeld is de auto die u in reparatie geeft aan de garagehouder. Als u na reparatie de factuur van de garagehouder niet betaalt, is de garagehouder bevoegd het retentierecht uit te oefenen en de auto niet eerder aan u af te geven, dan nadat de nota is voldaan.

Het retentierecht kan zowel op roerende als onroerende zaken worden uitgeoefend. Bij uitoefening op onroerende zaken, is het van belang dat de opdrachtnemer (de bouwer) vóór aanvang van de bouw wel een onderzoek verricht naar de eigendomssituatie van het perceel waarop het pand wordt gebouwd.

Dit bleek in een zaak voor de Rechtbank Rotterdam in april van dit jaar. Een bouwbedrijf start met de bouw van een woning op een perceel grond, dat de opdrachtgever heeft gekocht van de gemeente. Dit perceel was echter nog niet aan de opdrachtgever bij notariële akte geleverd. Als blijkt dat de opdrachtgever de facturen van de reeds vervallen bouwtermijnen niet betaalt, roept de bouwer zijn retentierecht in. De opdrachtgever wordt vervolgens door de Raad van Arbitrage voor de Bouw veroordeeld tot betaling van de facturen en de kortgedingrechter verleent aan de bouwer het recht om tot tenuitvoerlegging van dit vonnis over te gaan. De gemeente echter vordert een verbod om het perceel grond met de daarop in aanbouw zijnde woning in het openbaar te verkopen.

De rechter wijst de vordering van de gemeente toe op grond van het feit, dat de bouwer verzaakt heeft als professionele partij een onderzoek te doen naar de eigendomssituatie van het perceel grond. Dat had de bouwer eenvoudig kunnen doen door de openbare registers bij het Kadaster te raadplegen. Als dan blijkt dat de opdrachtgever geen eigenaar is van het perceel grond, had de bouwer bij de gemeente kunnen informeren of aan de opdrachtgever toestemming was verleend om op het perceel grond te mogen bouwen.

Omdat de opdrachtgever nog niet over het perceel grond mocht beschikken, kan ook het retentierecht niet worden uitgeoefend op het perceel grond en kan dit alleen beperkt blijven tot de reeds gebouwde opstallen.

Wilt u als bouwer weten aan welke voorwaarden u moet voldoen om gebruik te kunnen maken van het retentierecht? Maak dan een afspraak met ons kantoor. Wij zijn u graag van dienst.

Bron: Rechtbank Rotterdam, 16 april 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:250