Aangifte door adviseur niet altijd bindend

Printvriendelijke versie

Mag de belastinginspecteur altijd afgaan op een door een adviseur namens diens klanten ingediende aangifte voor de inkomstenbelasting? Als er een ondubbelzinnige opdracht of volmacht is verstrekt, zal het antwoord op die vraag meestal bevestigend zijn. Soms is daarvan echter in onvoldoende mate sprake. Het uitsluitend verstrekken van het zogenaamde Beconnummer (registratienummer bij de belastingdienst) van de adviseur aan de klant voldoet niet.

Het overkwam een op huwelijkse voorwaarden getrouwd echtpaar. Hun IB-aangiften werden verzorgd door een adviseur. Het echtpaar ging scheiden, de adviseur diende de aangiftes IB over het voorgaande jaar in. Daarin rekende hij de hypotheekrente volledig toe aan de man. De vrouw maakte bezwaar en voerde aan dat zij de adviseur niet gemachtigd had om namens haar aangifte te doen. Zij vond het Hof Den Haag aan haar zijde.

De adviseur handelde volgens het Hof bij het indienen van de aangifte en de verdeling van de aftrekposten niet vanuit een door de vrouw verleende volmacht. Het door de adviseur aan de vrouw verstrekte Beconnummer vond het Hof niet toereikend. Dat behelst immers geen verklaring of gedraging van de vrouw en het impliceert ook geen doorlopende volmacht.
Dit alles was voor het Hof reden om de IB-aanslag voor de vrouw – rekening houdend met haar deel van de renteaftrek – te verminderen.

Wilt u meer weten over de juridische implicaties van huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: TaxLive 1 juni 2016