Ouders met eigen bedrijf en testament

Printvriendelijke versie

Ouders met een eigen bedrijf hebben vaak veel kopzorgen over de overdracht van het bedrijf. Zeker als één van de kinderen meewerkt in het bedrijf, en een goede opvolger zou kunnen zijn, terwijl er ook nog andere kinderen zijn.

De ouders willen enerzijds voorkomen dat het overnemende kind zich diep in de schulden moet steken bij de overname van het bedrijf, waardoor de lasten zwaar worden. Anderzijds willen ze meestal niet dat de overige kinderen bij hun overlijden weinig of niks krijgen, terwijl het kind dat het bedrijf voortzet niet ‘de volle mep’ heeft hoeven betalen.

Zo speelde er onlangs een geval bij de Rechtbank en het Hof in Amsterdam. Een ouderpaar had bij de overdracht van hun onderneming vastgelegd dat zij hun zoon hadden bevoordeeld. Zij hadden hun winkel voor een lagere waarde aan de zoon overgedragen en ook de huur van de bedrijfspanden lager vastgesteld. In hun testament hadden zij hun dochter enig erfgenaam gemaakt, met de gedachte dat de zoon zijn erfdeel al had ontvangen bij de voordelige overdracht van de onderneming. De zoon kreeg in het testament zijn minimale erfdeel, de zogenaamde legitieme portie, maar werd wel verplicht om het vastgestelde bedrag van de bevoordeling daarop in mindering te brengen. Volgens de dochter krijgt haar broer dan niks meer uit de nalatenschap. Maar de zoon vordert bij de rechter toch zijn gehele legitieme portie op.

De rechter vindt dat de bevoordeling van de ouders aan de zoon is toegekomen en dat dus de waarde daarvan – conform het testament van de ouders – van zijn legitieme portie afgetrokken moet worden. Volgens de rechter krijgt de zoon dus per saldo niets meer uit de erfenis van zijn ouders.

Denkt u ook weleens na over bedrijfsopvolging? De ervaring leert dat het zinnig is om tijdig te starten met oriënteren en praten over de mogelijkheden. Een goede vastlegging van plannen en afspraken volgt dan later. Bel gerust eens voor een eerste vrijblijvende afspraak. Wij denken graag met u mee.

Bron: Hof Amsterdam 23 februari 2016, RN 2016/45, ECLI:NL:GHAMS:2016:612